Sponzen Ridder

dit is steeds meer een blog, dan wel een homepage

zondag, oktober 22, 2017

De Reus van de Bende en andere verhalen

Soms lijkt het alsof er twee werelden zijn.

In de ene wereld brengen we de meeste tijd door  Daarin doen we eigenlijk maar wat, modderen een beetje aan, aaien wat doekjes, graaien wat koekjes. De dingen komen er altijd van zelf goed, ongeveer; als je niet te hoge eisen stelt, min of meer.  

Het is er zoals in de ballenbak van een binnenspeeltuin: een kind waadt en gooit, de dingen verschuiven met veel tamboer maar uiteindelijk blijven de ballen altijd in eenzelfde ordening liggen.

Er is ook een andere wereld, waar mensen ziek worden, of ontslagen raken, Delhaizes overvallen, honger lijden, dood gaan, breken, weg zinken...  Dingen die niet over gaan. 

Mensen uit die wereld zeggen, het is geen andere, het is dezelfde wereld. Als je je ogen niet dicht hield, dan zou je dat zien.  Het zijn de mensen die het zelf hebben meegemaakt, de profeten en activisten.

Moeilijk. Lui? Laf? 

  


woensdag, oktober 18, 2017

Park

Mijn eerste dichtbundel heeft nog geen titel.

Hij heeft ook nog geen gedichten.  Of talent om er te schrijven.  Of skill.


Maar de eerste zin, die is
"Het park is het mooiste met mist".

Al de rest, ach.


donderdag, oktober 12, 2017

Pijntjes na 42 kilometer


Blijkt dat je de dag na de 42km toch hier en daar een pijntje hebt, euh, opgelopen.

Iemand vond: "Een activiteit waarbij iemand zijn teennagels los komen, volgens mij is dat niet de bedoeling dat een mens die doet." 

"Klinkt logisch", gaf ik toe.

Maar op weg naar huis besefte ik dat er een andere mogelijkheid is.

Misschien beleven we net vandaag een genetische kwantumsprong naar een superieure levensvorm die net gekenmerkt wordt door de afwezigheid van teennagels.

(en door de principiële weigering van die levensvorm om op maandagen op trappen te lopen, naar omhoog, maar vooral niet naar beneden)

Dat zou toch zomaar kunnen?


maandag, oktober 09, 2017

Die keer toen ik de laatste was van de marathon

Ik was laatste op de marathon van Eindhoven.

Serieus, de echt aller-aller-laatste. Met geen voorlaatste in zicht.

Dat ging zo: ergens aan het begin van de zomer had ik mij laten verlokken door een plan van het meisje van de fijnste boekenwinkel van het halfrond.  In ruil voor deelname aan de marathon, zou zij ons enthousiast bombarderen met een tapijt van motivational quotes.

Motivational quotes! In HOOFDLETTERS, als het moet.  Wie kan daar nu neen tegen zeggen.

Omdat ik al een tijdje speelde met het idee om eens "iets anders" te doen,  klonk dat voldoende onbezonnen, als abstract concept.  En zolang je het tegen niemand luidop zegt, kan je toch nog terug?

Een week of twee later had ik het overmoedig ergens in een gesprek laten vallen, waardoor ik er aan vast zat.  Waarop bleek dat het meisje in kwestie  het naamwoord "halve" was vergeten te vermelden in de vacature.  Vergeten, daar zet een mens al eens aanhalingstekens rond.

En dus volgde ik 10 weken 14 weken lang een schema, zette vorige zondag mijn wekker om 5h30 om tegen een uur of negen in Eindhoven te zijn. Want de eerste trein, op een zondagochtend, die kan toch onmogelijk vertraging hebben?

Een uur later stond ik te vloeken in het spectaculaire station in Luik  dat - terzijde gesteld - zo ontworpen is dat je nergens comfortabel kan zitten, tenzij in een van de koffiebars die ze er verhuren. Slim.

Dat werd omkleden op de trein, mezelf rust aanpraten omdat men bij zulke events toch meestal in golven vertrekt. Mijn golf zou niet voor kwart-na-tien vertrekken, leek me. Geen man over boord.

De stress: klokslag tien liep ik het station van Eindhoven uit, op zoek naar de ingang van het Beursgebouw om mijn rugzak achter te laten, dan rennend richting start... die er volledig verlaten bij lag.  Op de enkele mensen na die zich verbaasd afvroegen wat iemand in korte broek met een rugnummer op de buik hier nog/al liep te doen. Om tien na tien 's morgens.

Vloekend rende ik langs de jongen die alvast de startlijn aan het afbreken was. Ze recycleerden die blijkbaar om de tijdsmeting aan het 40km punt te doen.

Een eind verder zag ik de kuiswagens starten - als ze de dranghekken wegnemen, hoe ga ik dan weten waarlangs het is?!   Foert. Lopen.

Een kilometer verder waren een handvol zwaantjes het verkeer weer aan het door laten.   Ze waren - net als iedereen die dag - alleraardigst en lieten mij nog passeren.
Een van hun motoren had een rode vlag gemonteerd,  dat leek me op een soort bezemwagen/rode lantaarn.  Oef.

The fun part: drie kilometer lang ben ik bemoedigend toegeapplaudisseerd door achterblijvend publiek, met iets tussen medelijden en ondersteuning.
(tegen mij: "Volhouden!",  tegen elkaar: "Nog eentje van de groep die het einde niet haalt."; Ge hoort dat dus wel hé mensen!).
Maar uniek en hartverwarmend, zonder meer.

Toen haalde ik de eerste loper in, en werd het een gedeeld applaus. Waarna ik zowat 42 kilometer aan een stuk enkel mensen heb ingehaald.  Het voelde alsof ik een supermens was -  een trage, maar toch, een super.  Nog 100 kilometer meer en ik was eerste geëindigd.

(nvdr: alles hieronder is het saaie loperspraat)

Rond kilometer 5 even blijven hangen bij het pacer-team van de 5 uur.  Pas tegen kilometer 7 wilde mijn hartslag zakken onder zijn overleef-de-marathon-bovengrens, en daarvoor moest ik béretraag lopen.  Bij elf maakte ik een praatje met pacerteam van 4h45.  Op 22km de eerste wandelaars. Vanaf 25km, mensen in zilverpapier bij de Rode Kruisstand. Na 31km de ballonnen van 4h30, in het zweet.

Met die te trage start (je lijkt snel te lopen als je mensen voorbij steekt die gewoon trager zijn), had ik nog heel veel overschot en ben de laatste 10km ongezond voluit gegaan.  Bij het zien van de vlag van de laatste kilometer, traantjes.  Een mens verliest met zijn energie ook zijn remmingen.

Het pacerteam van 4h15 heb ik niet meer ingehaald, daarvoor was mijn start te onconventioneel, en zelf ben ik ook blijven steken boven dat getal.  De vage droom van in-de-buurt-van-vier-uur is nooit aan de orde geweest.


De split chart is een toonbeeld van een slecht ingedeelde koers.  Maar ze vertelt wel mooi het verhaal.

Op de start na, is het een ervaring die ik iedereen kan aanbevelen.  Al houden mijn knieën er vandaag een iets andere mening op na;


zondag, oktober 08, 2017

Dialoog van de dag

Ik: "Ai, dit gaat morgen zeer doen" 
(trek eindelijk wat sokken  uit)
Blauwe teennagel (enthousiast): "Neen hoor, dat doen we nu al!"

Los daarvan, zie mij nonchalant zitten wezen op de trein.


zaterdag, oktober 07, 2017

Tepelteep


Meer heeft een mens niet nodig.


dinsdag, oktober 03, 2017

IJs

Alles komt goed.


(maar komt het op tijd?)


zondag, oktober 01, 2017

Bonjour

Ik ga al eens een stukje lopen. Deels ter bestrijding van de voortschrijdende jaren, deels als stuk van een Plan.

De computer zei: "Ga maar lopen, Ridderke, maar niet te ver. Dat is niet goed voor uw benen, vandaag."

En dus leek het een goed plan om eerst dochterlief in Bierbeek af te zetten bij het trampolinespringen en er dan een half uurtje te joggen.  Er zijn aan den Borre enkele mooie routes uitgezet in het Mollendaalbos, wat (zo bleek) een oud (dus mooi) bos is.  De pijltjes zijn duidelijk, dus gsm of gps hoef je niet mee te sleuren.
Toen miste ik een pijltje en liep verloren.  Geen probleem, zal je denken, dan loop je toch gewoon eventjes terug?

Me no think so.  Deze Ridder is namelijk een Echte Man, en dat loopt *nooit* terug, laat staan dat het aan - godbetert - voorbijgangers de weg zou vragen.  Zelf. De. Weg. Terug. Vinden.  Helaas zat de zon (mijn traditionele gids) achter de wolken.

Nog een half uur later besloot ik bij nader inzien om dan toch maar de weg te vragen: geen bos in Vlaanderen is zo groot dat je niet na een poosje rechtdoor-hollen een weg/kaart/huis tegenkomt.  Zo geschiedde.

Groot bos.  Na een, toch best lang, stukje kwam ik aan bij een mooie boerderij, gelegen op een schitterende heuvel. Ik ontweek een reusachtige hond, en sprak de eerst daaraanwezige boer aan: "Dag meneer, ik heb een vraagje."

"Euh, désolé, mais mon néerlandais n'est pas tres bon."

Dan weet je dat je écht verloren gelopen bent.